De kennismigrant van de toekomst hoeft niet altijd te verhuizen
Prof.dr.ir. Maarten Steinbuch
Bron: Het Financieele Dagblad (FD)
Het kabinet verdient een compliment voor de nieuwe Talentstrategie. In het FD was onlangs te lezen dat het kabinet de internationale jacht opent op hoogopgeleide professionals voor sectoren als AI, biotechnologie en hightech. Die keuze is realistisch én noodzakelijk. Nederland kan zijn innovatiekracht alleen behouden als we beschikken over voldoende ingenieurs, softwareontwikkelaars, AI-specialisten en andere kenniswerkers. De vergrijzing zet door, de vraag naar technisch talent groeit en in regio's als Brainport Eindhoven is de schaarste inmiddels structureel. Dat het kabinet internationaal talent nadrukkelijk onderdeel maakt van de oplossing, is daarom een verstandige stap. Vanuit mijn werk bij de TU/e ben ik jaren actief geweest voor techniekpromotie, om onze eigen aanwas van Nederlands technisch talent te stimuleren. Dat moeten we blijven doen. Maar dat is bij lange na niet genoeg. Ook zijn de technische universiteiten hard bezig om meer buitenlandse studenten te laten instromen (het ‘Beethoven plan’).
Toch is het ook goed om verder te kijken dan het klassieke model van de kennismigrant: iemand die zijn koffers pakt, naar Nederland verhuist en hier gaat wonen en werken. Dat model blijft belangrijk, maar het zal de honger naar kenniswerkers niet kunnen stillen.
Alleen al in de hightechindustrie lopen de tekorten in de (tien)duizenden. Tegelijkertijd vissen steeds meer landen in dezelfde internationale vijver. Bovendien kent fysieke migratie grenzen. Woningen zijn schaars, de druk op infrastructuur, zorg en onderwijs neemt toe en niet iedere specialist wil of kan zijn leven naar Nederland verplaatsen.
Talent hoeft niet altijd te verhuizen
De vraag is daarom niet alleen hoe we meer ingenieurs en AI-specialisten naar Nederland halen. De vraag is ook: hoe brengen we Nederlandse bedrijven naar de kenniswerkers? Voor deze discussie is het ook imponerend om te bedenken dat in India er meer dan 1 miljoen ingenieurs per jaar afstuderen, en in China zelfs nog meer.
We innoveren voortdurend onze producten, onze machines en onze technologie. Misschien wordt het tijd dat we ook de manier waarop we werk organiseren opnieuw uitvinden.
Tijdens de coronapandemie ontdekten organisaties noodgedwongen dat hoogwaardige samenwerking op afstand prima kan. Medewerkers bleken vanuit huis of vanuit een ander land net zo effectief te kunnen samenwerken als op kantoor. Wat begon als een noodoplossing, is inmiddels bij veel bedrijven onderdeel geworden van de normale bedrijfsvoering.
Die ervaring biedt kansen die we nog onvoldoende benutten.
In plaats van uitsluitend mensen naar Nederland te halen, kunnen we ook kennis digitaal naar Nederland brengen. Nederlandse bedrijven kunnen hoogopgeleide internationale professionals duurzaam onderdeel maken van hun teams, zonder dat daarvoor altijd fysieke migratie nodig is. Moderne technologie maakt samenwerking, kennisdeling en integratie in teams eenvoudiger dan ooit. In feite ontstaat zo een digitale kennismigrant.
Slimmer dan een eigen vestiging in het buitenland
Dat biedt bovendien een aantrekkelijk alternatief voor een ontwikkeling die we de afgelopen jaren veel hebben gezien. Nederlandse bedrijven openen steeds vaker vestigingen in het buitenland om toegang te krijgen tot gespecialiseerde kennis en technische expertise. Dat kan succesvol zijn, maar vraagt aanzienlijke investeringen, lokaal management en organisatorische complexiteit. Voor veel bedrijven, zeker in het midden- en kleinbedrijf, is dat geen haalbare route. Een model waarbij internationale professionals rechtstreeks onderdeel worden van het Nederlandse team, zonder dat een onderneming eerst een complete buitenlandse organisatie hoeft op te bouwen, is vaak sneller, flexibeler en veel eenvoudiger op te schalen.
Vanwege de schaarste aan talent ben ik een paar jaar geleden lid geworden van de Raad van Advies van WorldEmp, een onderneming die dit model in de praktijk brengt. Juist daarom zie ik hoe hoogopgeleide professionals, zonder te emigreren, volwaardig kunnen meedraaien in Nederlandse teams.
Een ander model wordt gebruikt door het bedrijf Smart Way Engineering, die met een beperkte hoeveelheid professionals bij de klanten hier de opdrachten ophalen, en de detailengineering vervolgens laten doen in bijvoorbeeld India. Een dergelijk manier van uitbesteding draagt eveneens bij aan onze economische ontwikkeling, gebruikmakende van de grote aantallen kenniswerkers in andere delen van de wereld.
Beide modellen hebben meerdere voordelen. Bedrijven kunnen sneller beschikken over schaarse expertise. De druk op de Nederlandse woningmarkt en andere publieke voorzieningen neemt minder toe. Tegelijkertijd krijgen organisaties toegang tot een veel grotere internationale vijver van hoogopgeleide professionals, juist op de vakgebieden waar de tekorten het grootst zijn.
Ook na terugkeer kan kennis behouden blijven
Misschien nog interessanter is een nieuwe toepassing, en ik kwam op die gedachte door de aandacht die we als kennisinstellingen hebben om de buitenlandse studenten te behouden voor onze economie.
De kennismigranten en ook gelukkig veel van de internationale masterstudenten komen hier werken en worden onderdeel van de teams in de bedrijven. Ze bouwen hier kennis op, doen ervaring op bij Nederlandse bedrijven en begrijpen onze cultuur steeds beter. Toch knaagt het vaak, en gaat een deel na enkele jaren terug naar hun land van herkomst. Dat is begrijpelijk, maar economisch gezien verliezen we daarmee vaak waardevolle expertise. Ook in hun opleidingen hebben we immers als maatschappij geïnvesteerd.
Waarom zouden we die verbinding verbreken?
Met moderne digitale samenwerking kunnen deze professionals ook na hun terugkeer onderdeel blijven van Nederlandse organisaties. Hun kennis, ervaring en netwerk blijven behouden, terwijl zij zelf de vrijheid hebben om terug te keren naar familie of een nieuwe fase van hun leven. Dat is niet alleen aantrekkelijk voor werknemers, maar ook voor werkgevers die schaarse expertise willen behouden.
Sterker nog: ik zie dit als een logische volgende stap in de ontwikkeling van kennismigratie. Fysieke migratie en digitaal samenwerken hoeven elkaar niet te vervangen; ze kunnen elkaar juist versterken. Wie zich in Nederland wil vestigen, moet daarvoor alle ruimte krijgen. Maar wie na enkele jaren terugkeert of liever vanuit het eigen land werkt, kan dankzij moderne technologie nog altijd een waardevolle bijdrage leveren aan Nederlandse bedrijven.
De volgende stap in de Talentstrategie
Innovatie gaat zelden alleen over technologie. Vaak gaat innovatie over het durven loslaten van bestaande modellen.
De Talentstrategie van het kabinet laat zien dat Nederland vooruit wil kijken. Laten we die ambitie doortrekken. Natuurlijk blijven kennismigranten die zich hier vestigen onmisbaar voor onze economie. Maar in een digitale wereld hoeft de kennismigrant van de toekomst niet altijd meer fysiek naar Nederland te komen om aan de Nederlandse economie bij te dragen. En Nederlandse bedrijven hoeven daarvoor ook niet allemaal zelf vestigingen aan de andere kant van de wereld op te zetten.
Als we echt willen concurreren om wereldwijd de beste kenniswerkers aan ons te verbinden, moeten we niet alleen slimmer werven. We moeten ook slimmer organiseren. Juist daarin ligt de volgende stap voor Nederland als innovatieve kenniseconomie.